De fouten in onze manier van denken door het ontbreken van een begrenzing

Het denken heeft nog geen context. Ons brein heeft daardoor geen grenzen. Het schiet met gedachten alle kanten op. Naar het verleden, zonder het besef dat het verleden voorbij is. Naar de toekomst, zonder het besef dat de toekomst nog moet komen. Zonder het besef dat nu de werkelijkheid is.

Daarmee heeft ons brein geen mogelijkheid om de overgang van weten naar fantaseren op te merken. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar. Het brein zoekt naar antwoorden die er niet zijn. Het brein denkt te weten, terwijl dit in de werkelijkheid niet kan. Het brein beseft niet dat het gedachten zijn en niet de werkelijkheid. Gedachten roepen gevoelens op en die bepalen onze beleving. Oude gedachten roepen een oud gevoel op wat los staat van de werkelijkheid. Fantasieën roepen gevoelens op die los staan van de werkelijkheid.

Voorbeelden van gedachten die je uit de werkelijkheid halen

Waarom reageert ze niet? Dat komt wel goed. Als ik het vraag, doet ze het wel. Ze kunnen me echt niet missen. Zal hij ooit nog veranderen? Als ik mijn best maar doe, dan houd ik mijn baan wel. Wat zullen ze van me denken? Denken ze dat ik niets te doen heb? Wie goed doet, goed ontmoet. Stel dat ze nee zeggen. Zal me dat later niet verweten worden? Dat doen ze wel. Stel dat er een ongeluk is gebeurd. Ze komt wel. Als het bedrijf moet inkrimpen, lig ik er als eerste uit. Ik vergis me nooit in mensen. Als je maar goed leert, dan kom je er wel. Waarom moet mij dat weer overkomen? Stel dat ze niet betalen. De mensen begrijpen dat wel. Ik denk dat zij zich aanstelt. De aanhouder wint. Als je vluchtelingen terugstuurt, stapt er niemand meer in een bootje. Als je specialisten te weinig betaalt, dan gaan ze naar het buitenland. Geld is de motor van de economie. Een Brexit is een ramp voor Europa.

De oorzaken

We hebben de grenzen niet geleerd tussen weten en inschatten. Tussen weten en geloven. Deze grenzen bepalen het speelveld van je denken. Binnen deze grenzen kun je weten wat je denkt. Buiten deze grenzen kun je geloven of inschatten wat je denkt. Buiten de grenzen van het speelveld bevinden zich de fantasieën die niet als zodanig worden herkend. ‘Als ik zeg wat ik denk, komen daar alleen maar moeilijkheden van’, is daar een voorbeeld van. ‘Dus, doe ik dat maar niet’, is het besluit. Een besluit op grond van een fantasie. Niet op de werkelijkheid, want de situatie heeft nog niet plaatsgevonden.

Share

Wordt pubertijd veroorzaakt door de manier van denken?

Stel, je bent een puber en tot over je oren verliefd en het meisje of de jongen wijst je af. Dan komen van bijvoorbeeld je ouders allemaal goedbedoelde uitspraken.

Het is maar een kalverliefde.

Er komt heus wel een ander.

Als het nu al niets is, dan was het toch niets geworden.

Tijd heelt alles.

Als puber weet je niet of er een ander komt en als je al die uitspraken allemaal hoort, dan ga je kerngedachten opbouwen zoals “ze nemen me toch niet serieus”, de toekomstige overtuiging, of “ik vertel voortaan niets meer”, het besluit.

De puber is op zoek naar zichzelf, naar zijn identiteit en wil zich bevrijden van de kerngedachten van de ouder(s). Van al die opdrachten, toekomstgerichte overtuigingen, niet herkende fantasiegedachten, wil hij zich ontdoen.

Het lukt in de meeste gevallen niet. En dan komen ze uit de pubertijd met sterkere beschermingen dan ze ooit hebben gehad. Dan zijn we tevreden, want wij zeggen: “pubers zijn moeilijk” en “als ze uit de pubertijd zijn, dan hebben we er geen last meer van”. Eindelijk volwassen.

Pubers zijn op zoek naar hun identiteit, die wij hun onbedoeld hebben afgenomen. We leveren onze kinderen af met de beste en sterkste beschermingen en daarmee staan ze het verst af van hun identiteit. Met een al stevige cocon om zich heen trekken ze dan de wereld in.

Want HOE wij denken hebben we geleerd van onze ouders en die hebben het weer geleerd van hun ouders enz. Dat leren we ook aan de kinderen.

Als ze uit de pubertijd zijn, dan zijn ze volwassen en net als wij geworden. We hebben de genetische fout in ons denken met succes doorgegeven. De fout die niet te zien is. Niet te meten. Niet te voelen. Net als de cocon van gedachten, die maar doorgaat van generatie op generatie.

Natuurlijk zijn er ouders met veel kerngedachten en ouders met minder. Maar dan is er nog de maatschappij om het kind heen die stuurt.

Share

Denken over denken

Tijdens mijn onderzoek heb ik ideeën ontwikkeld over denken en de ontwikkeling hiervan. Vanuit deze ideeën werd de onderstaande hypothese ontwikkeld die een beschrijving geeft hoe wij ons denken ontwikkelen en wat denken is.

Dit gebeurde op grond van vragen en observaties bij volwassenen en bij de observatie van kinderen in verschillende leeftijdsoorten.

Hoe wij denken

Hoe wij denken en hoe wij praten is in onze jeugd gevormd door de invloed van onze omgeving. De voorbeelden, in de vorm van personen, die we als kind hadden bepaalden dit. We leerden woorden, de codes van de taal, waarmee we een persoon of object konden aanduiden. Maar we leerden meer. De mensen in onze omgeving leerden ons ook hoe zij omgingen met hun omgeving, met problemen, met elkaar. We hoorden hun dromen, we hoorden hun manier van communiceren. De tijd van waarden en normen trad aan. Dit was goed en dat was fout. De tijd van leren. En leren doen wij in ons hoofd. Door te herhalen. Door samen te vatten. Door de informatie in een context te plaatsen. Door het op een rijtje te zetten. En zo leert ieder mens als kind een manier van denken die bepaald wordt door de omgeving. En omdat een ieder zo denkt wordt deze manier van denken als normaal gezien. Immers normaal is de grootste groep.

De volwassenen op hun beurt hadden hun manier van denken weer geleerd van hun ouders en omgeving en als we in de geschiedenis duiken, zien we ook in de oude geschriften dezelfde manier van denken. De angsten, de teleurstellingen, de hoop, de mislukkingen en de vele vragen.

Hoort onze manier van denken bij de mens?

Onze manier van denken hoort bij de mens, is dan ook een uitspraak die meer zegt van de ontwikkeling van de mens dan over de werkelijkheid. De werkelijkheid geeft aan dat een deel van onze gedachten irreëel zijn, zonder dat we dit beseffen. Wij ervaren ze als waar en zeker. Het zijn de gedachten die bepalend zijn voor hoe wij ons voelen, de buitenwereld ervaren en hoe wij hiermee omgaan.

Maar ondanks de invloed van die omgeving speelden wijzelf steeds de centrale rol. Want de waarden en normen, wat ook gedachten zijn, namen we over of we besloten ons er tegen af te zetten. Dat deden we met besluiten. Die besluiten, die we van jongs af aan hebben genomen, maken ons mede tot die unieke identiteit, of individu. De indruk bestaat dan ook dat het de besluiten zijn waarmee een ieder mede z’n identiteit vormt.

De manier waarop je denkt wordt dus sterk beïnvloed door de omgeving waarin je opgroeide. Je zag en hoorde hoe een volwassene reageerde op tegenslag of juist een meevaller.

Bij tegenslag zag je misschien je vader of je moeder veranderen in het slachtoffer van de situatie. Als volwassene reageer je misschien op dezelfde manier. Er lijkt hier bijna geen keuze.

Bij tegenslag voel jij je als vanzelf weer het slachtoffer en dat doe je met gedachten.

Share

Zelftraining gedachteanalyse

Zelftraining

Gedachteanalyse met het Gedachten Analyse Programma

De ontdekking We denken niet goed en dat is de oorzaak van veel leed. Deze stelling is niet nieuw. Wel nieuw is dat deze kennis aantoont hoe we dit doen en hoe we – op een wijze die voor een ieder bereikbaar is – ons denken in evenwicht kunnen brengen.

Deze stroming gaat gelijk naar de kern. Dat is de stem in ons hoofd waarmee we denken. En daar vinden we de gedachten die we allemaal dagelijks hebben. Gewone gedachten, voor iedereen herkenbaar. Die gewone gedachten worden ongewoon wanneer we er bij stilstaan. Dan worden ook de effecten duidelijk. Belemmeringen worden zichtbaar, door de gedachten zichtbaar te maken die deze belemmeringen vormen en in stand houden. Dit zijn zes soorten gedachten die de zes kerngedachten worden genoemd.

Met het zichtbaar maken van die kerngedachten opent zich te weg om deze te gaan beïnvloeden, door deze te gaan herwaarderen. Dit herwaarderen betekent de kerngedachte herkennen, er bij stil staan, om vervolgens met de nieuwe kennis de herkende gedachte te gaan beoordelen.

Het onbewuste automatisme van de situatie waar we mee worden geconfronteerd, de gedachten die deze situatie oproept en de reactie die wij vervolgens geven, wordt hiermee doorbroken. Door de herkenning van de gedachte wordt wat eerst een onbewust proces was, nu bewust. Dat geeft keuzes. Keuzes voor verandering. Keuzes voor beter kunnen denken. De keuze om meer doordacht te handelen. Met de kennis en de methodieken kan iedereen dit zelf doen. Op elke plek, op elke tijd.

 

Share

Niet te beantwoorden vragen

Waarom zijn wij op de wereld? Bestaat er een God? Waarom is er zoveel lijden in de wereld? Bestaat er zoiets als de enige waarheid? Is er een leven na de dood? Bestaat reïncarnatie? Is er een Hemel en is er een Hel? Hoe ziet die er dan uit? Zou ik ooit nog een beetje rust kennen? Word ik oud? Denken ze dat ik niets te doen heb? Hoe denkt hij dat te kunnen betalen? Is er leven na de dood? Wanneer luistert ze nou eens? Zal ik mijn doel wel kunnen halen? Blijven we altijd bij elkaar? Zal me dat later niet verweten worden? Is er dan niemand te vertrouwen? Wat zouden ze van mij denken? Waarom reageren ze niet? Zou ik nog eens een prijs winnen? Zal ik die baan krijgen? Zal dit verhaal de wereld over gaan? Wat zullen ze van me denken? Waarom moet mij dat weer overkomen?

Allemaal vragen, waar ons brein onmogelijk een antwoord op kan geven. Het enige wat gebeurt, is dat er allerlei overtuigingen en fantasieën worden opgeroepen in een poging de leegte die dit soort vragen teweegbrengt, op te vullen. De leegte bevindt zich buiten de grenzen van ons denken. En we hebben altijd wel ergens een antwoord op. Maar het enige juiste antwoord op deze vragen is dat je het niet weet en niet kunt weten. Op deze vragen kun je onmogelijk een antwoord geven, omdat je brein daar te beperkt voor is. Als je dit accepteert komt er rust in je hoofd. Je hoeft niet meer te weten. Je kunt er over nadenken zonder te zoeken naar antwoorden op dit soort vragen. Je hoeft geen angst meer te hebben voor het onbekende, want je hoeft niet bang te zijn voor wat je niet weet. Het enige dat je kunt hebben is dat je ergens in geloofd. Maar geloof is persoonlijk en niet te bewijzen.

Share

We beschermen onszelf met gedachten

beschermen onszelf met gedachten

Elke dag is gevuld met situaties. De mensen om je heen, je gezondheid, je woonomstandigheden, de telefoon, je toekomst, enzovoort.  Je hersenen gaan ervan uit dat wat er op zo’n dag gebeurt dezelfde situatie is die het al eerder heeft meegemaakt. Je staat op, je eet, gaat iets doen en veel is hetzelfde of het lijkt erop. De reactie ligt al klaar, terwijl de situatie nog moet komen.

Zoals bij de man die op weg was naar een vergadering. Hij dacht: ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’. Tien minuten later liep hij na enkele kritische vragen de vergadering uit, zijn collega’s in verbijstering achterlatend. Ze hadden geen idee wat er nu eigenlijk aan de hand was.  Ze waren dan ook niet op de hoogte van de gedachte die hij met zich meedroeg: ‘Als ze moeilijk doen, ben ik zo weg.’

Want de man die zei ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’ reageerde vanuit een gedachte en zag zijn eigen verwachting uitkomen.  Hij had, net als wij ook regelmatig doen, van tevoren een scenario bedacht van wat er zou kunnen gaan gebeuren en hoe hij dan zou reageren. Wat een werk is dat voor ons denken en wat een energie kost dat. En waarvoor?  De door hemzelf gecreëerde gedachte had hem beschermd tegen een dreigende situatie, zoals hetzelfde gebeurde bij zijn voorouders in de Savanne.  Vooruitdenken was een middel om te overleven.  Daardoor stond hij niet open voor de nieuwe situatie, en zag niet wat er zich in de werkelijkheid afspeelde. Hij kon het niet, door de zelfbescherming. Een gecreëerde gedachte die het doel  had om zichzelf te beschermen, maar het tegendeel bereikte. Hij had van tevoren bedacht wat hem zou kunnen overkomen en had het antwoord al bedacht. De reactie die hij tegen kwam was dan ook geen schok, maar eerder een logisch vervolg.

Laat maar

En zo denk jij misschien als je met iemand praat: ‘ik zal dat maar niet zeggen, want dan denkt zij natuurlijk dat ik ….’ En mensen die elkaar maar lang genoeg kennen en veel van dit soort gedachten opbouwen, zeggen op een gegeven moment niets meer tegen elkaar, op grond van genomen besluiten. Twee mensen, ieder levend in hun eigen cocon. In hun eigen hoofd. Of je zwijgt maar, anders komt er ruzie. Of je gaat er maar niet meer op in, want dat heeft toch geen zin.

Steeds meer leef je daardoor in je hoofd en steeds minder leef je

Kritisch leren luisteren naar je eigen gedachten, dat is het enige wat je hoeft te doen om dit te doorbreken.  Stel je voor, dat de man die zei ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’ zich bewust was van de begrenzing van zijn denken. Dan was het automatisme gestopt, omdat hij de gedachte herkende als een niet herkende fantasiegedachte.  En wat heeft die voorbereiding eigenlijk voor zin? Met dit soort gedachten probeerde hij zichzelf te beschermen tegen iets wat misschien zou gebeuren. Gekwetst worden, niet begrepen worden, teleurgesteld worden, enz.  Met zijn denken heeft hij zichzelf beschermd, maar was het de beste reactie?

Naast dat het de vraag is in deze situatie, kun jij je afvragen of het sowieso nodig en functioneel is om van tevoren al zo veel gedachten te ontwikkelen voor het zo ver is. Je zou namelijk ook gewoon kunnen wachten tot het zo ver is en in die situatie de beste reactie geven die je dan op dat moment kan bedenken. Want waarom niet? Het misverstand is namelijk dat mensen denken dat het van tevoren bedenken hoe te reageren, of wat te zeggen iets goeds is. Dit staat natuurlijk los van een voorbereiding om objectieve informatie te verzamelen.

Het voorbereiden op een ontmoeting

Door ons voor te bereiden op een gesprek een ontmoeting of een andere situatie, nemen we een besluit om op die manier te reageren. We proberen bijvoorbeeld zeker over te komen en bereiden ons daarop voor.  Daar zit dan iemand die dat neerzet wat hij eerder heeft bedacht. Niet zichzelf, maar daar zit een creatie. Vreemd eigenlijk. Alsof wijzelf niet goed genoeg zijn zetten we iets neer wat beter lijkt. Ook dat is een vorm van zelfbescherming. Maar mensen zien die bescherming of voelen het. Er is geen echt contact, want je praat met een bescherming. Je merkt dat iemand niet zichzelf is. Wat een misverstand. Met gedachten probeer je zekerheden te creëren die helemaal niet kunnen bestaan. Bijvoorbeeld de gedachte ‘ik weet precies hoe hij gaat reageren’ is niet op waarheid gebaseerd. Jij kunt dat niet weten. Ook al ken je iemand nog zo goed en kun je de reactie van de ander goed inschatten, zeker weten kun je het niet.

Met gedachten creëren we dus fantasieën over wat er zou kunnen gebeuren

Vervolgens roept het gecreëerde een (negatief) gevoel op en dat gevoel vormt onze beleving. Op grond daarvan nemen we een besluit. “Als ze moeilijk doen, dan ben ik zo weg”.

Dan lijkt ‘ik zie wel, want ik weet toch niet wat er in de toekomst gaat gebeuren’ zo slecht nog niet. ‘Ze’ kunnen namelijk ook (1) aardig doen, (2) geïnteresseerd (3) niet reageren (4) enthousiast zijn (5) zelf weglopen (+1) reageren op een manier die ik nu niet kan verzinnen.

Daarmee wordt van alles mogelijk en dat is de werkelijkheid.

Share

Positief denken? Ik weet het niet

Positief denken? Ik weet het niet

Het wordt minder, maar zo af en toe kom ik er nog een tegen. Net iets te enthousiast, beetje te dichtbij, net iets te harde stem. ‘Je moet positief denken. Zeg tegen jezelf, het lukt me, ik kan het’.

Nu moet ik niets. Ik ben van nature een piekende willer met een sterke behoefte aan een eigen keuze, maar het is ook vaak onzin wat ik hoor. ‘Wanneer je positief denkt, dan lukt het je’. De meer genuanceerde positieve denker gebruikt ‘dan lukt het eerder’.

De onderbouwing van het niet weten wat de toekomst brengt

Ik kan nog geen minuut in de toekomst kijken. Eigenlijk nog geen seconde, dus hoe zou ik kunnen weten of iets lukt, of dat iets eerder lukt, of dat iets wel goed komt.

Vervolgens ga ik positief denken en soms ziet het er nog goed uit ook. Vooral bij een positief effect gebeurt er uiterlijk ook iets met me. ‘Goh, wat is er met jou gebeurd?’ ‘Oh, ik ben positief gaan denken’.

Over jezelf zijn gesproken. Dat wat ik dan laat zien ben ik dus niet.  Dan ben ik iemand die op grond van een aan zichzelf gegeven opdracht iets neerzet.

Er komt van alles op me af. Veel goeds, als ik dat kan zien. Soms een tegenslag en als een schijnbare wetmatigheid, komt er weer een tegenslag en nog een. Als een mantra moet ik het gebruiken. Steeds weer. Denk positief. Het lukt me. Denk positief. Het lukt me. Maar ergens in mijn hoofd zegt een stemmetje ‘Dat kan je toch niet weten? Je kunt toch niet zeker weten hoe iets loopt? Ik verdring dat stemmetje met mijn mantra. Ik moet positief denken. Totdat ik er bij neerval.

Leven met de werkelijkheid.

Maar hoe zit het dan eigenlijk met positief denken. Mij lukt het niet om het leven met een mantra in de hand te krijgen. Die manier van denken strookt niet met mijn werkelijkheid. Door een toekomstige situatie constant te bestoken met een repeterende gedachte, ontzeg ik mij de mogelijkheid om te denken in mogelijkheden. Mogelijkheden die haaks staan op een enkele mantra. Mogelijkheden als: misschien lukt het wel niet. Misschien maar ten dele. Misschien lukt het wel met een hoop haken en ogen, misschien hoeft het voor mij niet meer. En misschien gebeurt er wel iets wat ik helemaal niet had kunnen bedenken. Die gedachten sluiten aan op de werkelijkheid.

Ik weet het niet als het over de toekomst gaat. En dat maakt alles mogelijk.

 

Share

Gun jezelf het niet weten

‘Ik vind altijd werk’ tegenover ‘ik vind nooit meer werk’. Beide uitspraken kwam ik regelmatig tegen in mijn praktijk. Wat deze uitspraken delen is dat ‘altijd’ en ‘nooit’ absoluut zijn en dat beide uitspraken over de toekomst gaan.

De twee wegen gedachten

Zeggen ze ja of zeggen zij nee? Wordt het een succes of wordt het een drama? Deze en soortgelijke gedachten geven de spagaat aan waar mensen zichzelf in kunnen denken. Ja, geeft een goed gevoel, nee een slecht gevoel. De gedachte aan succes geeft een goed gevoel, de gedachte aan een negatieve uitkomst een slecht gevoel. Het gevecht wat plaatsvindt in het hoofd van een mens.

De dialoog in het hoofd begint. De twee wegen gedachten. Zichzelf gerust proberen te stellen kan een onderdeel zijn.

Toekomstgerichte overtuigingen, het virus in ons denken

De berichtgeving over de toekomst van Europa maakt iets zichtbaar wat steeds meer een rol gaat spelen. Dat zijn de toekomstgerichte overtuigingen. Ze zijn er in veel vormen en richten veel schade aan. ‘Met bezuinigen komt de groei vanzelf’. ‘Europa gaat ons welvaart brengen’. Vormen van toekomstgerichte overtuigingen die aanzetten tot beleid, omdat ze niet als inschattingen, maar als waar worden gebracht. Overtuigingen overschreeuwen inschattingen.

Het zijn de toekomstgerichte overtuigingen die steeds meer opkomen. Met Europa wordt het alleen maar slechter. Met Europa wordt het alleen maar beter. Twee meningen die lijnrecht tegenover elkaar staan. Een deel van de mensen deelt de eerste mening, een ander deel de tweede. De discussies gaan daar ook over, met van beide kanten de onderbouwing. Beide kampen zijn overtuigd van hun waarheid. Het kan niet anders dan.

Wat is een overtuiging?

Van Dale omschrijft overtuigingen als: sterk gevoel van de waarheid of valsheid van een zaak.

Daar begint het al. Een sterk gevoel? Van wie? Wat zegt een sterk gevoel? Zet je daar het zeker weten van een overtuiging tegenover, dan wordt die ineens iets anders. Natuurlijk heeft iemand ervaringen, inzichten en logica. Daarmee kunnen we inschatten.  Maar niet gecorrigeerd wordt de inschatting een overtuiging en wordt gebracht en ontvangen als een feit.

Zeef de overtuigingen uit de informatie

De toekomstgerichte overtuiging is een virus in de communicatie. Je komt het virus overal tegen en het doet daar zijn werk. Van dat schroefje houdt nog wel, tot de crisis is over een jaar voorbij. Niemand weet dat. Niemand kan dat weten, omdat het over de toekomst gaat. Overtuigingen, ze halen je alertheid weg. Je weet het immers al, waarom zou je er dan nog over nadenken. Dat gebeurt dus niet.

Het heeft iets fascinerends wanneer je naar mensen luistert met de wetenschap dat zij niet in de toekomst kunnen kijken en je hoort hen vervolgens een toekomstgerichte overtuiging uitspreken.
Dat gaat wel door. Dat komt wel goed. Dat doet hij wel, en vele, vele anderen zijn dagelijks te horen.

 Ze kunnen sterk overkomen, de mensen met toekomstgerichte overtuigingen. Krachtig, zelfverzekerd, zelfs authentiek.
Op het moment dat iemand een toekomstgerichte overtuiging uitspreekt, dan hoor je, als je goed luistert iets meer stemverheffing. De uitspraken worden benadrukt. Soms hoor je de woorden ‘zeker weten’. Armbewegingen bij: ‘dat doet die nooit. Zo kan het niet gaan, dat lukt ‘m nooit’.
Woorden en zinnen die een invulling van een toekomstige situatie beschrijven met daarbij het zeker weten.

Ik weet het niet

Dan lijkt ‘ik weet het niet’, als het over de toekomst gaat, lang niet zo sterk. Terwijl dit het enige reële antwoord is.
Waar de een hoopt, twijfelt, of zich zorgen maakt, kan de inbreng van de ander de toekomstgerichte overtuiging zijn. ‘Het komt wel goed. Het gaat wel door’.

Niemand die zich realiseert dat je dit niet kunt weten. Maar het is wel prettig om te horen dat het wel goed komt. Want je weet het nooit. Misschien dat die ander het op de een of andere manier toch weet. Misschien heeft die een gave die jij mist. In het verleden had hij het ook dikwijls bij het rechte eind.
Geruststelling kan zelfs het gevolg zijn, want hij heeft gezegd dat het goed komt. Scènes die zich elke dag afspelen in een wereld die maar doordraait. Een universeel gedachtepatroon.

En dan komt het goed, of dan gaat het door en dan volgt de reactie. ‘Heb ik het je niet gezegd? Nou?’

Statusverhogend

De boodschap die je daarachter kunt horen is ‘luister nu maar naar mij’. Dat is dan ook precies wat er gebeurt.
De realiteit zegt, dat de man of vrouw die het allemaal al wist, een gok heeft genomen. Onbewust, zich niet bewust van de begrenzing van zijn of haar denken. Maar de gok is goed uitgevallen. De status wordt verhoogd. Er wordt meer naar hem of haar geluisterd. Als meteorieten schieten ze omhoog. Totdat ook zij misgokken. De natuur doet z‟n werk.

Share

De toekomst bestaat uit gedachten

Een gedachte aan de toekomst roept nu een gevoel op. Het is dat gevoel dat de beleving vormt en de stemming bepaalt. Dit wordt niet door de werkelijkheid bepaald. Misschien zit iemand wel in een stoel, heeft het warm en alle elementen zijn aanwezig om zich goed te voelen.

De gedachten kunnen voor het tegendeel zorgen. Je zit constant te denken en een gedachte aan de toekomst kan van alles oproepen. Onrust, woede, twijfel, etc. Het zit dan niet in de situatie, want die is er nog niet. Die komt pas in de toekomst. Het zit dus in je denken, of liever gezegd in je manier van denken. Hetzelfde gebeurt met een herinnering.

Je denkt aan een gebeurtenis uit het verleden en ook dat roept een gevoel op wat nu jouw stemming bepaalt. De herkenning van kerngedachten zorgt ervoor dat je bij de herkenning en de herwaardering even in het nu komt. Want als je gedachten die je hebt als een herinnering herkent, weet je dat de gedachten over het verleden gaan en weet je dat het verleden voorbij is.

Het enige wat je er nog mee kunt is terugkijken en leren. Het draait om de positie die je inneemt, want de positie bepaalt de waarneming. Zo keek je als kind anders tegen situaties aan dan nu. Wanneer je vanuit het NU naar het verleden of naar de toekomst kijkt, dus daarover nadenkt, is dat de positie. Ten aanzien van het verleden en de toekomst ben je vanuit het NU de toeschouwer. Je kijkt terug en je kijkt vooruit.

De herkenning van één van de zes kerngedachten zorgt er elke keer voor dat je door de herkenning terug in het NU komt en toeschouwer wordt van het verleden en toeschouwer van de toekomst. Dan leef en denk je in de werkelijkheid.

Share