De verlossing zit in ons. De verlossing zit in ons denken

 

De verlossing zit in onze manier van denken. We zijn energie. Dat geloof ik. Energie in een lichaam dat het mogelijk maakt om er te kunnen zijn. Dat is mijn „weten‟ en van daaruit denk ik erover na. Het is de energie die ik ervaar als ik even mijn denken stilzet. „Bedankt‟, zeg ik dan met de stem in mijn hoofd, „ik wil nu even rust‟. Ik zeg het met dezelfde stem, maar dan vanuit een andere positie.

Het werkt en even wordt het stil. Dan „weet‟ ik dat ik er ben. Ook zonder woorden en misschien wel juist zonder woorden. Zo dicht bij is het. Even niet denken en ik ben in het nu. Het voelt als een accu die oplaadt. Het is voor mij de bevestiging van de hoeveelheid energie die het denken vraagt.

Dan is er geen oorzaak en gevolg. Dan zijn er geen vragen en zijn er geen antwoorden. Dan is er rust en harmonie.

Maar in het nu blijven kan en wil ik niet. Misschien ben ik er te bang voor. Misschien is mijn manier van denken zo ingesleten dat ik nog geen keuze heb. Er is een wereld om mij heen waar ik mee te maken heb. Er komen situaties op mij af waar ik op reageer.

Ik ben die energie. Dat geloof ik. Als ik die ervaar, als ik stil ben en niet denk, besef ik ook dat alleen de energie niet kan overleven in dit lichaam. Ik moet wat doen om te kunnen overleven. Oorzaak en gevolg halen mij uit het nu.

In een paar jaar tijd laat het kind de ontwikkeling van de mens zien. Het is met name de ontwikkeling van de taal die hierbij opvalt. Het is de energie die de code van de taal leert om de wereld te ordenen.

Het „weten‟ zit in de energie. De uitleg in de code. Wanneer je erbij stilstaat hoor je jezelf regelmatig uitleggen. Na een gedachteproces kan je in een keer de conclusie komen; „o, zit het zo, nu begrijp ik het‟. Als we iets begrijpen geeft dat rust. Als ik het maar begrijp, dan kan ik het plaatsen. Ander blijft het maar door mijn hoofd spoken. Beheerst het mij. Vragen die blijven hangen en steeds weer terugkomen. Zoek ik daarmee rust? Voor een deel wel. De stilte na het antwoord als beloning. Dat is wat we doen, rust zoeken door te weten en te begrijpen. Een onophoudelijk proces, de contradictie van het leven.

Situaties komen op ons af en het enige wat wij ermee kunnen doen is er zo goed mogelijk mee omgaan. Daarin zit onze keuze. Dit betekent niet het kiezen voor een leven zonder initiatieven. Ook wij zijn voor de buitenwereld een situatie, zoals anderen dat voor ons zijn. Het is het onvoorspelbare van de toekomst en van wat anderen denken, die elke zekerheid weghalen. Dat is de realiteit voor de mens. Een realiteit waar de mens kan leren zo goed mogelijk mee om te gaan.

Het lijkt misschien weinig, maar het is al een grote verandering met waar de mens nu mee bezig is, het onophoudelijk proberen te begrijpen en situaties in de hand te krijgen. De mens zoekt de veiligheid van de voorspelbaarheid. Iets wat in de werkelijkheid niet is te vinden.

De energie ben ik, maar dat ben ik vergeten door mijn denken. Ik ben mijn denken geworden, terwijl mijn denken niets anders is dan de code die ik als energie gebruik. Ooit bedoeld als overlevingsmechanisme is het gereedschap de identiteit geworden.

Bron: Gedachtenanalyse een zelftraining

Share

Manier van denken zorgt voor overwerk

Manier van denken zorgt voor overwerk

In de zeventiger jaren waren er veel discussies. Een van die discussies ging over werk en de toekomst. Hoeveel uur per week zullen we over tien jaar nog werken?

Sommigen reageerden met 20 uur, anderen dachten dat het niet zo snel zou gaan en dachten 24 uur. Ging je verder in de toekomst, dan was 12 uur per week een veel gehoord geluid. Men zag in die tijd de automatisering overal verschijnen. Die was bedoeld, hoorde je toen, om mensen minder te laten werken. Nu, veertig jaar later ziet het er heel anders uit.

Wat is er gebeurd?

Dan hoor je allerlei redenen. De mens wil meer. Je wilt toch ook dat je kinderen het goed hebben? Je wilt toch ook op vakantie? Een goede auto? Een leuk huis? Goede kleren? Zo lijkt er geen keuze. We moeten door. De situaties bepalen. Beïnvloedt door de media, het drukke bestaan om ons heen en vooral door de stortvloed van informatie die op ons afkomt. Nieuws, beelden en interviews van gebeurtenissen van de hele wereld bereiken ons binnen enkele minuten. Het geeft ons een nieuwe positie om naar de wereld te kijken. De globalisering van het individu.

Toeschouwer van de wereld 

Kind in India gedood. Wat verschrikkelijk. Meisje in Australië komt om bij explosie. Verschrikkelijk. Bonussen. Verschrikkelijk. Huizenmarkt stort in. Verschrikkelijk. Duizenden mensen ontslagen. Toch elke keer een schok of een schokje. Het raakt je toch, al wordt het wel steeds minder. Het is te veel. Te complex, de nieuwe positie van de toeschouwer van de wereld.

Manier van denken

Ligt dat dan allemaal aan de wereld? Mijn onderzoek bracht iets anders aan het licht. Dat is onze manier van denken. Die zorgt ervoor dat we doorgaan. Geen keuze hebben. Situaties roepen gedachten op en die bepalen onze reactie. Dat is het patroon waarin wij mensen leven. Meer situaties, meer gedachten. Het effect? We wonen in ons hoofd. Daar gebeurt het allemaal

Daarom moeten we, in oorzaak en gevolg, met onze gedachten aan de gang. Zodat het patroon, dat situaties bepalen, doorbroken kan worden.

Share

Denken als bescherming

Denken als bescherming

Waarom zeggen we dikwijls niet gewoon wat we denken. We overdenken eerst wat we willen gaan zeggen en spreken het dan pas uit. Hetzelfde gebeurt in het contact met een ander. Ook al staat deze nog zo dicht bij ons. Dikwijls hebben we daar argumenten voor, gebaseerd op ervaringen uit het verleden. De reactie die we verwachten willen we niet.

Dit betekent dat we met ons denken niet alleen oplossingen zoeken, niet alleen creëren, begrijpen en alles wat op ons afkomt proberen te ordenen. Er is nog een factor die een rol speelt Dat is de beschermende factor.

We beschermen onszelf met gedachten

Om dit meer hanteerbaar te maken wordt dit vertaald in: ons brein beschermt ons. Er zijn voorbeelden die de beschermende functie zichtbaar maken. Alledaagse gebeurtenissen die iedereen weleens heeft meegemaakt. De reactie op een afwijzing. ‘Heb ik je gekwetst?’. ‘Nee hoor, het maakt me niet uit’. Terwijl het vanbinnen borrelt. Dan laten we niet zien wat we voelen. Want we zijn kwetsbaar en dat mag de ander niet zien.

De herkenning is ook te vinden in gedachten en uitspraken als: het wordt toch niets, dat zal wel niet doorgaan. Ik trek me er toch niets van aan. Ik zal de schuld wel krijgen. Dat is mijn verantwoordelijkheid niet. Zo beschermen we ons en doen dat met gedachten. Die beschermende reactie hebben we vele malen in ons leven gehad en die reacties hebben ons voor een deel gevormd. Wat begon als een overdachte, bewuste reactie; nee hoor, het maakt me niet uit, kan een reflex worden. Het effect? Je weet nooit hoe het nu werkelijk bij de ander zit.

Je praat met een bescherming

Er zit iets voor, wat echt contact tegenhoudt. Dat zijn de gedachten. Dat de ander hetzelfde bij jou kan ervaren heeft tot gevolg dat er dan twee mensen geen echt contact met elkaar hebben. Beiden met een bescherming. De bescherming kun je ook herkennen als er veel of onveilige situaties op je afkomen. Wanneer er veel op je afkomt dan wordt het drukker in je hoofd. Dat is de reactie van jouw brein. Onveilig is een breed gebied. Dit kan variëren van afwijzing, gebrek aan informatie, onduidelijkheid over een afloop, ruzie, denken aan ervaringen uit het verleden, etc.

 Waarom beschermen we onszelf?

Om hier antwoord op te vinden kunnen we het zoeken in hoe de mens heeft overleefd en hoe deze is geëvolueerd. Wanneer je denkt aan de mens in de prehistorie en je kijkt naar de dieren om hem heen, dan hadden we niet veel tot onze beschikking. Al de wezens om ons heen, dieren en planten, hadden en hebben een natuurlijke bescherming. Schutkleuren, gif, stekels, een pantser, klauwen, scherpe tanden, snelheid, kracht, grootte, kortom alles wat je in de natuur bij dieren en planten aan kunt treffen.

En dan komen we op de mens. Een vreemd wezen. Naakt als een slak, maar zonder huis als bescherming. Zo’n wezen kan niet overleven, of het moet wel iets bijzonders hebben als bescherming. Dat hebben we. Ons denken. We overleefden ijstijden, waarin vele soorten uitstierven. We keken naar de dieren en kopieerden hun bescherming. We creëerden warmte daar waar het niet was. We maakten gebruik van de natuurlijke elementen die voorhanden waren. Kleding, vuur, wapens en gereedschappen. En dat deden we allemaal met het belangrijkste wat wij hadden om ons te beschermen. Ons denken.

We beschermen onszelf nog steeds

Niet tegen de dieren. Niet tegen de planten. Nu beschermen we ons tegen onze huidige vijand. Dat zijn de mensen om ons heen en dat zijn wij zelf. De functie die deze bescherming ooit had, is gebleven bij de moderne mens. Dit houdt een verdere evolutie tegen. Dit houdt een verdere groei tegen. Je kunt het zien als de genetische fout in ons denken. Niet een fout die in de genen terug te vinden is, maar het is de manier waarop wij denken die we hebben geleerd van onze ouders en onze omgeving. Onze ouders hebben die manier van denken geleerd van hun ouders en hun omgeving. Deze manier van denken gaat waarschijnlijk terug tot de mensen in de prehistorie. Want daar had deze manier van denken een functie. Namelijk de functie van overleven.

Share

De fouten in onze manier van denken door het ontbreken van een begrenzing

De fouten in onze manier van denken

Het denken heeft nog geen context. Ons brein heeft daardoor geen grenzen. Het schiet met gedachten alle kanten op. Naar het verleden, zonder het besef dat het verleden voorbij is.

 

Naar de toekomst, zonder het besef dat de toekomst nog moet komen. Zonder het besef dat nu de werkelijkheid is.

Daarmee heeft ons brein geen mogelijkheid om de overgang van weten naar fantaseren op te merken. Werkelijkheid en fantasie lopen door elkaar. Het brein zoekt naar antwoorden die er niet zijn. Het brein denkt te weten, terwijl dit in de werkelijkheid niet kan. Het brein beseft niet dat het gedachten zijn en niet de werkelijkheid. Gedachten roepen gevoelens op en die bepalen onze beleving. Oude gedachten roepen een oud gevoel op wat los staat van de werkelijkheid. Fantasieën roepen gevoelens op die los staan van de werkelijkheid.

Voorbeelden van gedachten die je uit de werkelijkheid halen

Waarom reageert ze niet? Dat komt wel goed. Als ik het vraag, doet ze het wel. Ze kunnen me echt niet missen. Zal hij ooit nog veranderen? Als ik mijn best maar doe, dan houd ik mijn baan wel. Wat zullen ze van me denken? Denken ze dat ik niets te doen heb? Wie goed doet, goed ontmoet. Stel dat ze nee zeggen. Zal me dat later niet verweten worden? Dat doen ze wel. Stel dat er een ongeluk is gebeurd. Ze komt wel. Als het bedrijf moet inkrimpen, lig ik er als eerste uit. Ik vergis me nooit in mensen. Als je maar goed leert, dan kom je er wel. Waarom moet mij dat weer overkomen? Stel dat ze niet betalen. De mensen begrijpen dat wel. Ik denk dat zij zich aanstelt. De aanhouder wint. Als je vluchtelingen terugstuurt, stapt er niemand meer in een bootje. Als je specialisten te weinig betaalt, dan gaan ze naar het buitenland. Geld is de motor van de economie. Een Brexit is een ramp voor Europa.

De oorzaken

We hebben de grenzen niet geleerd tussen weten en inschatten. Tussen weten en geloven. Deze grenzen bepalen het speelveld van je denken. Binnen deze grenzen kun je weten wat je denkt. Buiten deze grenzen kun je geloven of inschatten wat je denkt. Buiten de grenzen van het speelveld bevinden zich de fantasieën die niet als zodanig worden herkend. ‘Als ik zeg wat ik denk, komen daar alleen maar moeilijkheden van’, is daar een voorbeeld van. ‘Dus, doe ik dat maar niet’, is het besluit. Een besluit op grond van een fantasie. Niet op de werkelijkheid, want de situatie heeft nog niet plaatsgevonden.

Share

Wordt pubertijd veroorzaakt door de manier van denken?

Stel, je bent een puber en tot over je oren verliefd en het meisje of de jongen wijst je af. Dan komen van bijvoorbeeld je ouders allemaal goedbedoelde uitspraken.

 

Het is maar een kalverliefde.

Er komt heus wel een ander.

Als het nu al niets is, dan was het toch niets geworden.

Tijd heelt alles.

Als puber weet je niet of er een ander komt en als je al die uitspraken allemaal hoort, dan ga je kerngedachten opbouwen zoals “ze nemen me toch niet serieus”, de toekomstige overtuiging, of “ik vertel voortaan niets meer”, het besluit.

De puber is op zoek naar zichzelf, naar zijn identiteit en wil zich bevrijden van de kerngedachten van de ouder(s). Van al die opdrachten, toekomstgerichte overtuigingen, niet herkende fantasiegedachten, wil hij zich ontdoen.

Het lukt in de meeste gevallen niet. En dan komen ze uit de pubertijd met sterkere beschermingen dan ze ooit hebben gehad. Dan zijn we tevreden, want wij zeggen: “pubers zijn moeilijk” en “als ze uit de pubertijd zijn, dan hebben we er geen last meer van”. Eindelijk volwassen.

Pubers zijn op zoek naar hun identiteit, die wij hun onbedoeld hebben afgenomen. We leveren onze kinderen af met de beste en sterkste beschermingen en daarmee staan ze het verst af van hun identiteit. Met een al stevige cocon om zich heen trekken ze dan de wereld in.

Want HOE wij denken hebben we geleerd van onze ouders en die hebben het weer geleerd van hun ouders enz. Dat leren we ook aan de kinderen.

Als ze uit de pubertijd zijn, dan zijn ze volwassen en net als wij geworden. We hebben de genetische fout in ons denken met succes doorgegeven. De fout die niet te zien is. Niet te meten. Niet te voelen. Net als de cocon van gedachten, die maar doorgaat van generatie op generatie.

Natuurlijk zijn er ouders met veel kerngedachten en ouders met minder. Maar dan is er nog de maatschappij om het kind heen die stuurt.

Share

Denken over denken

Tijdens mijn onderzoek heb ik ideeën ontwikkeld over denken en de ontwikkeling hiervan. Vanuit deze ideeën werd de onderstaande hypothese ontwikkeld die een beschrijving geeft hoe wij ons denken ontwikkelen en wat denken is.

Dit gebeurde op grond van vragen en observaties bij volwassenen en bij de observatie van kinderen in verschillende leeftijdsoorten.

Hoe wij denken

Hoe wij denken en hoe wij praten is in onze jeugd gevormd door de invloed van onze omgeving. De voorbeelden, in de vorm van personen, die we als kind hadden bepaalden dit. We leerden woorden, de codes van de taal, waarmee we een persoon of object konden aanduiden. Maar we leerden meer. De mensen in onze omgeving leerden ons ook hoe zij omgingen met hun omgeving, met problemen, met elkaar. We hoorden hun dromen, we hoorden hun manier van communiceren. De tijd van waarden en normen trad aan. Dit was goed en dat was fout. De tijd van leren. En leren doen wij in ons hoofd. Door te herhalen. Door samen te vatten. Door de informatie in een context te plaatsen. Door het op een rijtje te zetten. En zo leert ieder mens als kind een manier van denken die bepaald wordt door de omgeving. En omdat een ieder zo denkt wordt deze manier van denken als normaal gezien. Immers normaal is de grootste groep.

De volwassenen op hun beurt hadden hun manier van denken weer geleerd van hun ouders en omgeving en als we in de geschiedenis duiken, zien we ook in de oude geschriften dezelfde manier van denken. De angsten, de teleurstellingen, de hoop, de mislukkingen en de vele vragen.

Hoort onze manier van denken bij de mens?

Onze manier van denken hoort bij de mens, is dan ook een uitspraak die meer zegt van de ontwikkeling van de mens dan over de werkelijkheid. De werkelijkheid geeft aan dat een deel van onze gedachten irreëel zijn, zonder dat we dit beseffen. Wij ervaren ze als waar en zeker. Het zijn de gedachten die bepalend zijn voor hoe wij ons voelen, de buitenwereld ervaren en hoe wij hiermee omgaan.

Maar ondanks de invloed van die omgeving speelden wijzelf steeds de centrale rol. Want de waarden en normen, wat ook gedachten zijn, namen we over of we besloten ons er tegen af te zetten. Dat deden we met besluiten. Die besluiten, die we van jongs af aan hebben genomen, maken ons mede tot die unieke identiteit, of individu. De indruk bestaat dan ook dat het de besluiten zijn waarmee een ieder mede z’n identiteit vormt.

De manier waarop je denkt wordt dus sterk beïnvloed door de omgeving waarin je opgroeide. Je zag en hoorde hoe een volwassene reageerde op tegenslag of juist een meevaller.

Bij tegenslag zag je misschien je vader of je moeder veranderen in het slachtoffer van de situatie. Als volwassene reageer je misschien op dezelfde manier. Er lijkt hier bijna geen keuze.

Bij tegenslag voel jij je als vanzelf weer het slachtoffer en dat doe je met gedachten.

Share

Training met het Gedachten Analyse Programma

Training

De ontdekking We denken niet goed en dat is de oorzaak van veel leed. Deze stelling is niet nieuw. Wel nieuw is dat deze kennis aantoont hoe we dit doen en hoe we – op een wijze die voor een ieder bereikbaar is – ons denken in evenwicht kunnen brengen.

Deze stroming gaat gelijk naar de kern. Dat is de stem in ons hoofd waarmee we denken. En daar vinden we de gedachten die we allemaal dagelijks hebben. Gewone gedachten, voor iedereen herkenbaar. Die gewone gedachten worden ongewoon wanneer we er bij stilstaan. Dan worden ook de effecten duidelijk. Belemmeringen worden zichtbaar, door de gedachten zichtbaar te maken die deze belemmeringen vormen en in stand houden. Dit zijn zes soorten gedachten die de zes kerngedachten worden genoemd.

Met het zichtbaar maken van die kerngedachten opent zich te weg om deze te gaan beïnvloeden, door deze te gaan herwaarderen. Dit herwaarderen betekent de kerngedachte herkennen, er bij stil staan, om vervolgens met de nieuwe kennis de herkende gedachte te gaan beoordelen.

Het onbewuste automatisme van de situatie waar we mee worden geconfronteerd, de gedachten die deze situatie oproept en de reactie die wij vervolgens geven, wordt hiermee doorbroken. Door de herkenning van de gedachte wordt wat eerst een onbewust proces was, nu bewust. Dat geeft keuzes. Keuzes voor verandering. Keuzes voor beter kunnen denken. De keuze om meer doordacht te handelen. Met de kennis en de methodieken kan iedereen dit zelf doen. Op elke plek, op elke tijd.

Nu ook in hier zelftraining.

 

Share

Niet te beantwoorden vragen

Waarom zijn wij op de wereld? Bestaat er een God? Waarom is er zoveel lijden in de wereld? Bestaat er zoiets als de enige waarheid? Is er een leven na de dood? Bestaat reïncarnatie? Is er een Hemel en is er een Hel? Hoe ziet die er dan uit? Zou ik ooit nog een beetje rust kennen? Word ik oud? Denken ze dat ik niets te doen heb? Hoe denkt hij dat te kunnen betalen? Is er leven na de dood? Wanneer luistert ze nou eens? Zal ik mijn doel wel kunnen halen? Blijven we altijd bij elkaar? Zal me dat later niet verweten worden? Is er dan niemand te vertrouwen? Wat zouden ze van mij denken? Waarom reageren ze niet? Zou ik nog eens een prijs winnen? Zal ik die baan krijgen? Zal dit verhaal de wereld over gaan? Wat zullen ze van me denken? Waarom moet mij dat weer overkomen?

Allemaal vragen, waar ons brein onmogelijk een antwoord op kan geven. Het enige wat gebeurt, is dat er allerlei overtuigingen en fantasieën worden opgeroepen in een poging de leegte die dit soort vragen teweegbrengt, op te vullen. De leegte bevindt zich buiten de grenzen van ons denken. En we hebben altijd wel ergens een antwoord op. Maar het enige juiste antwoord op deze vragen is dat je het niet weet en niet kunt weten. Op deze vragen kun je onmogelijk een antwoord geven, omdat je brein daar te beperkt voor is. Als je dit accepteert komt er rust in je hoofd. Je hoeft niet meer te weten. Je kunt er over nadenken zonder te zoeken naar antwoorden op dit soort vragen. Je hoeft geen angst meer te hebben voor het onbekende, want je hoeft niet bang te zijn voor wat je niet weet. Het enige dat je kunt hebben is dat je ergens in geloofd. Maar geloof is persoonlijk en niet te bewijzen.

Share

We leven in ons hoofd

beschermen onszelf met gedachten

Elke dag is gevuld met situaties. De mensen om je heen, je gezondheid, je woonomstandigheden, de telefoon, je toekomst, enzovoort.  Je hersenen gaan ervan uit dat wat er op zo’n dag gebeurt dezelfde situatie is die het al eerder heeft meegemaakt. Je staat op, je eet, gaat iets doen en veel is hetzelfde of het lijkt erop. De reactie ligt al klaar, terwijl de situatie nog moet komen.

Zoals bij de man die op weg was naar een vergadering. Hij dacht: ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’. Tien minuten later liep hij na enkele kritische vragen de vergadering uit, zijn collega’s in verbijstering achterlatend. Ze hadden geen idee wat er nu eigenlijk aan de hand was.  Ze waren dan ook niet op de hoogte van de gedachte die hij met zich meedroeg: ‘Als ze moeilijk doen, ben ik zo weg.’

Want de man die zei ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’ reageerde vanuit een gedachte en zag zijn eigen verwachting uitkomen.  Hij had, net als wij ook regelmatig doen, van tevoren een scenario bedacht van wat er zou kunnen gaan gebeuren en hoe hij dan zou reageren. Wat een werk is dat voor ons denken en wat een energie kost dat. En waarvoor?  De door hemzelf gecreëerde gedachte had hem beschermd tegen een dreigende situatie, zoals hetzelfde gebeurde bij zijn voorouders in de Savanne.  Vooruitdenken was een middel om te overleven.  Daardoor stond hij niet open voor de nieuwe situatie, en zag niet wat er zich in de werkelijkheid afspeelde. Hij kon het niet, door de zelfbescherming. Een gecreëerde gedachte die het doel  had om zichzelf te beschermen, maar het tegendeel bereikte. Hij had van tevoren bedacht wat hem zou kunnen overkomen en had het antwoord al bedacht. De reactie die hij tegen kwam was dan ook geen schok, maar eerder een logisch vervolg.

Laat maar

En zo denk jij misschien als je met iemand praat: ‘ik zal dat maar niet zeggen, want dan denkt zij natuurlijk dat ik ….’ En mensen die elkaar maar lang genoeg kennen en veel van dit soort gedachten opbouwen, zeggen op een gegeven moment niets meer tegen elkaar, op grond van genomen besluiten. Twee mensen, ieder levend in hun eigen cocon. In hun eigen hoofd. Of je zwijgt maar, anders komt er ruzie. Of je gaat er maar niet meer op in, want dat heeft toch geen zin.

Steeds meer leef je daardoor in je hoofd en steeds minder leef je

Kritisch leren luisteren naar je eigen gedachten, dat is het enige wat je hoeft te doen om dit te doorbreken.  Stel je voor, dat de man die zei ‘als ze moeilijk gaan doen, dan ben ik zo weg’ zich bewust was van de begrenzing van zijn denken. Dan was het automatisme gestopt, omdat hij de gedachte herkende als een niet herkende fantasiegedachte.  En wat heeft die voorbereiding eigenlijk voor zin? Met dit soort gedachten probeerde hij zichzelf te beschermen tegen iets wat misschien zou gebeuren. Gekwetst worden, niet begrepen worden, teleurgesteld worden, enz.  Met zijn denken heeft hij zichzelf beschermd, maar was het de beste reactie?

Naast dat het de vraag is in deze situatie, kun jij je afvragen of het sowieso nodig en functioneel is om van tevoren al zo veel gedachten te ontwikkelen voor het zo ver is. Je zou namelijk ook gewoon kunnen wachten tot het zo ver is en in die situatie de beste reactie geven die je dan op dat moment kan bedenken. Want waarom niet? Het misverstand is namelijk dat mensen denken dat het van tevoren bedenken hoe te reageren, of wat te zeggen iets goeds is. Dit staat natuurlijk los van een voorbereiding om objectieve informatie te verzamelen.

Het voorbereiden op een ontmoeting

Door ons voor te bereiden op een gesprek een ontmoeting of een andere situatie, nemen we een besluit om op die manier te reageren. We proberen bijvoorbeeld zeker over te komen en bereiden ons daarop voor.  Daar zit dan iemand die dat neerzet wat hij eerder heeft bedacht. Niet zichzelf, maar daar zit een creatie. Vreemd eigenlijk. Alsof wijzelf niet goed genoeg zijn zetten we iets neer wat beter lijkt. Ook dat is een vorm van zelfbescherming. Maar mensen zien die bescherming of voelen het. Er is geen echt contact, want je praat met een bescherming. Je merkt dat iemand niet zichzelf is. Wat een misverstand. Met gedachten probeer je zekerheden te creëren die helemaal niet kunnen bestaan. Bijvoorbeeld de gedachte ‘ik weet precies hoe hij gaat reageren’ is niet op waarheid gebaseerd. Jij kunt dat niet weten. Ook al ken je iemand nog zo goed en kun je de reactie van de ander goed inschatten, zeker weten kun je het niet.

Met gedachten creëren we dus fantasieën over wat er zou kunnen gebeuren

Vervolgens roept het gecreëerde een (negatief) gevoel op en dat gevoel vormt onze beleving. Op grond daarvan nemen we een besluit. “Als ze moeilijk doen, dan ben ik zo weg”.

Dan lijkt ‘ik zie wel, want ik weet toch niet wat er in de toekomst gaat gebeuren’ zo slecht nog niet.

Daarmee wordt van alles mogelijk en dat is de werkelijkheid.

Share